Clustermunitie

Clustermunitie is munitie samengesteld uit een container die meerdere kleine explosieve ladingen bevat. Wanneer de munitie wordt afgevuurd, opent de container zich in de lucht op een vooraf ingestelde hoogte boven het doelwit, waardoor de explosieve ladingen – submunitie genoemd – zich over een grote oppervlakte verspreiden.
De container waarin de submunitie opgeslagen zit, kan bestaan uit een vliegtuigbom, een raket of een artilleriegranaat. Clustermunitie kan dus zowel vanuit de lucht, als van op de grond of de zee afgevuurd worden.

Onnauwkeurig en onbetrouwbaar

Clustermunitie staat ervoor bekend erg onnauwkeurig en onbetrouwbaar te zijn:

  • Onnauwkeurig: de onnauwkeurigheid van de munitie vormt een probleem tijdens het conflict, omdat daardoor burgers groot gevaar lopen om getroffen te worden.
  • Onbetrouwbaarheid: veroorzaakt zo mogelijk nog meer lijden.

Zelfs indien er tijdens de eigenlijke aanval geen burgers in de buurt zijn, is het gebruik van clustermunitie vaak niet-proportioneel. Het militaire nut van het wapen weegt namelijk niet op tegen de langetermijnschade die het aanricht aan de burgerbevolking en de leefomgeving.

Protocol V

Staten zijn zich meer en meer bewust van de humanitaire kost van het gebruik van deze wapens. In 2003 werd in het kader van het Conventioneel Wapenverdrag een nieuw Protocol V ondertekend dat concrete afspraken bevat over de ruiming van niet-ontplofte oorlogsresten, waaronder clustermunitie. Protocol V biedt echter slechts een oplossing voor een deel van het probleem:

Het biedt geen bijkomende bescherming voor de bevolking tegen de niet-onderscheidende werking.
Het biedt ook geen oplossing voor het grote aantal falende munitie, verantwoordelijk voor enorme aantallen explosieve oorlogsresten.

Internationaal verbod

In 2006 startten een aantal staten onderhandelingen om tot een internationaal verbod te komen van clustermunitie dat “onaanvaardbaar leed voor de burgerbevolking veroorzaakt”. Aanvankelijk vonden de besprekingen enkel in het kader van het Conventioneel Wapenverdrag plaats. Het uitblijven van succes gaf aanleiding tot een nieuw, parallel onderhandelingsproces.

Op 3 december 2008 ondertekenden 94 staten, waaronder België, een internationaal verdrag om een einde te maken aan het gebruik van clustermunitie. Volgende zaken worden erin vastgelegd:

  • Verbod op het gebruik, de productie, de opslag en de transfer van clustermunitie.
  • Verplichte vernietiging van de bestaande voorraden van staten binnen acht jaar.
  • Verplichte ruiming van getroffen gebieden.
  • Bijstand aan slachtoffers en hun gemeenschap.

Sterk verdrag

Het nieuwe verdrag is een sterk verdrag:

  • Vrijwel alle bestaande munitie, verantwoordelijk voor immens menselijk lijden, wordt in de toekomst verboden.
  • De definitie van clustermunitie die onder het verdrag verboden wordt, is verreikend.
  • De tekst voorziet enkel een uitzondering voor clustermunitie met minder dan 10 submunities, die bovendien elk afzonderlijk ontworpen zijn om een welbepaald doelwit te treffen én uitgerust zijn met een elektronisch mechanisme tot zelfvernietiging en zelfdeactivering. Slecht enkele staten hebben deze systemen vandaag in voorraad. Bovendien veroorzaken deze types niet de desastreuze humanitaire gevolgen die doorgaans met clustermunitie geassocieerd worden. Voor de meeste staten zal het verdrag dan ook een volledige ban op de bestaande voorraden betekenen.

In werking sinds augustus 2010

Op 16 februari 2010 heeft Burkina Faso als dertigste staat het Verdrag inzake clustermunitie geratificeerd. Daardoor is het vereiste aantal ratificaties bereikt om het verdrag in werking te laten treden. Het verdrag trad formeel in werking op 1 augustus 2010.

Relevante bepalingen

ICC Statuut art.8(2)(b)(iv) en (xx); AP I art.35(2),art.48, art.51 en art.85(3)(b); CIHIL studie regel 14, 70 en 71; HR IV art.23 (1)(e); ICTY Statuut art.3(a).

Protocol inzake explosieve oorlogsresten

Verdrag over clustermunitie