Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 be-treffende de aanvaarding van een aanvullend onderscheidend embleem (Protocol III),

Detail

  • Plaats: Genève
  • Aangenomen: 08-12-2005
  • Inwerkingtreding: 12-11-2015

In België

  • Ratificatie: 05-12-2015
  • Inwerkingtreding: 12-11-2015
  • Ondertekening: 12-08-2005
  • Publicatie: 23-09-2015
  • Geen voorbehoud of verklaring

8 DECEMBER 2005 - Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 betreffende de aanvaarding van een aanvullend onderscheidend embleem (Protocol III), aangenomen te Genève op 8 december 2005

PREAMBULE

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Opnieuw bevestigend de bepalingen van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 (in het bijzonder de artikelen 26, 38, 42 en 44 van het Eerste Verdrag van Genève) en, waar van toepassing, de Aanvullende Protocollen daarbij van 8 juni 1977 (in het bijzonder de artikelen 18 en 38 van Aanvullend Protocol I en artikel 12 van Aanvullend Protocol II), betreffende het gebruik van onderscheidende emblemen,

Geleid door de wens voornoemde bepalingen aan te vullen teneinde de beschermende waarde en het universele karakter ervan te bevorderen,

Vaststellend dat dit Protocol het erkende recht van de Hoge Verdragsluitende Partijen onverlet laat de emblemen te blijven gebruiken die zij hanteren overeenkomstig hun verplichtingen uit hoofde van de Verdragen van Genève en, waar van toepassing, de Aanvullende Protocollen daarbij,

In herinnering roepend dat de verplichting personen en objecten die beschermd worden door de Verdragen van Genève en de Aanvullende Protocollen daarbij te ontzien voortvloeit uit hun beschermde status uit hoofde van het internationale recht en niet afhankelijk is van het gebruik van de onderscheidende emblemen, tekens of seinen,

Benadrukkend dat geen religieuze, etnische, raciale, regionale of politieke betekenis van de emblemen beoogd wordt,

Het belang benadrukkend dat gewaarborgd wordt dat de verplichtingen die verband houden met de in de Verdragen van Genève erkende emblemen ten volle geëerbiedigd worden evenals, indien van toepassing, de Aanvullende Protocollen daarbij,

In herinnering roepend dat in artikel 44 van het Eerste Verdrag van Genève onderscheid wordt gemaakt tussen het gebruik van de emblemen tot bescherming en tot aanduiding,

Voorts in herinnering roepend dat de nationale verenigingen die werkzaamheden verrichten op het grondgebied van een andere Staat erop toe dienen te zien dat de emblemen die zij binnen het kader van die werkzaamheden beogen te gebruiken in het land waar de werkzaamheden plaatsvinden alsmede in het land of de landen van doorvoer mogen worden gebruikt,

Erkennend de moeilijkheden die bepaalde Staten en nationale verenigingen kunnen ondervinden bij het gebruik van de bestaande onderscheidende emblemen,

Indachtig de beslissing van het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halvemaanverenigingen en de Internationale Rode Kruis- en de Rode Halvemaanbeweging hun huidige namen en emblemen te handhaven,   

Zijn het volgende overeengekomen :

Artikel 1. Eerbiediging en toepassingsgebied van dit Protocol

  1. De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich dit Protocol onder alle omstandigheden te eerbiedigen en te doen eerbiedigen.
  2. Dit Protocol bevestigt opnieuw de bepalingen van de vier Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 ("de Verdragen van Genève") en, indien van toepassing, de twee Aanvullende Protocollen van 8 juni 1977 ("de Aanvullende Protocollen van 1977") die betrekking hebben op de onderscheidende emblemen, te weten het rode kruis, de rode halve maan en de rode leeuw en zon en vult deze aan en is van toepassing op dezelfde situaties als die waarnaar in deze bepalingen wordt verwezen.

Art. 2. Onderscheidende Emblemen

  1. In dit Protocol wordt een aanvullend onderscheidend embleem erkend naast, en ten behoeve van dezelfde doeleinden als, de onderscheidende emblemen van de Verdragen van Genève. De onderscheidende emblemen genieten een gelijke status.
  2. Dit aanvullende onderscheidende embleem, bestaande uit een rood kader in de vorm van een gekanteld vierkant op een wit veld dient overeen te komen met de illustratie in de bijlage bij dit Protocol. Naar dit aanvullende onderscheidende embleem wordt in dit Protocol verwezen als het "embleem van het derde Protocol".
  3. De voorwaarden voor het gebruik en de eerbiediging van het embleem van het derde Protocol zijn gelijk aan die voor de bij de Verdragen van Genève vastgestelde onderscheidende emblemen, en, indien van toepassing, de Aanvullende Protocollen van 1977.
  4. Het medisch personeel en de geestelijke verzorgers van de strijdkrachten van de Hoge Verdragsluitende Partijen mogen, onverminderd hun huidige emblemen, tijdelijk gebruik maken van een van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde onderscheidende emblemen, indien dit de bescherming bevordert.

  Art. 3. Gebruik van het embleem van het derde Protocol tot aanduiding

  1. De nationale verenigingen van de Hoge Verdragsluitende Partijen die besluiten tot het gebruik van het embleem van het derde Protocol, kunnen bij het gebruik van het embleem overeenkomstig de desbetreffende nationale wetgeving besluiten ten behoeve van het gebruik ter aanduiding er het volgende in te integreren :
     
    1. een bij de Verdragen van Genève erkend embleem of een combinatie van deze emblemen; of
    2.  een ander embleem dat daadwerkelijk in gebruik is bij een Hoge Verdragsluitende Partij en waarover voorafgaand aan de aanneming van dit Protocol via de depositaris mededeling is gedaan aan de andere Hoge Verdragsluitende Partijen en het Internationale Comité van het Rode Kruis.

      De wijze van integreren dient overeen te komen met de illustratie in de bijlage bij dit Protocol.
  1. Een nationale vereniging die besluit overeenkomstig het voorgaande eerste lid een ander embleem te integreren in het embleem van het derde Protocol, kan in overeenstemming met de nationale wetgeving de benaming van dat embleem gebruiken en het voeren binnen haar nationale grondgebied.
  2. De nationale verenigingen kunnen in overeenstemming met hun nationale wetgeving en in uitzonderlijke omstandigheden en teneinde hun werkzaamheden te vergemakkelijken tijdelijk gebruik maken van het in artikel 2 van dit Protocol bedoelde embleem.
  3. Dit artikel laat de juridische status van de bij de Verdragen van Genève en bij dit Protocol erkende emblemen onverlet evenals die van elk specifiek embleem dat ter aanduiding in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel is geïntegreerd.

Art. 4. Internationale Comité van het Rode Kruis en de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halvemaanverenigingen

Het Internationale Comité van het Rode Kruis en de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halvemaanverenigingen en hun daartoe naar behoren gemachtigde medewerkers kunnen in uitzonderlijke omstandigheden en teneinde hun werkzaamheden te vergemakkelijken het in artikel 2 van dit Protocol bedoelde embleem gebruiken.

Art. 5. Missies onder auspiciën van de Verenigde Naties

Het medisch personeel en de geestelijke verzorgers die deelnemen aan operaties onder auspiciën van de Verenigde Naties mogen, met toestemming van de deelnemende Staten, een van de in de artikelen 1 en 2 genoemde onderscheidende emblemen gebruiken.

  Art. 6. Voorkoming en bestrijding van misbruik

  1. De bepalingen van de Verdragen van Genève en, indien van toepassing, de Aanvullende Protocollen van 1977, betreffende het voorkomen en bestrijden van misbruik van de onderscheidende emblemen zijn eveneens van toepassing op het embleem van het derde Protocol. De Hoge Verdragsluitende Partijen nemen in het bijzonder de nodige maatregelen teneinde elk misbruik van de in de artikelen 1 en 2 genoemde emblemen en hun benamingen te allen tijde te voorkomen en te bestrijden, met inbegrip van het perfide gebruik en het gebruik van elk embleem of elke benaming dat of die daar een nabootsing van vormt.
  2. Onverminderd het voorgaande eerste lid, kunnen de Hoge Verdragsluitende Partijen eerdere gebruikers van het embleem van het derde Protocol of van een teken dat daar een nabootsing van vormt, toestaan het gebruik voort te zetten, onder de voorwaarde dat dat ten tijde van een gewapend conflict niet zodanig geschiedt dat zulks kan worden geacht de bescherming uit hoofde van de Verdragen van Genève en, indien van toepassing, de Aanvullende Protocollen van 1977, te verlenen en mits de rechten tot het gebruik zijn verworven vóór de aanneming van dit Protocol.

Art. 7. Verspreiding

De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, zowel in vredestijd als ten tijde van een gewapend conflict, dit Protocol op zo ruim mogelijke schaal in hun onderscheiden landen te verspreiden, en in het bijzonder de bestudering ervan in de programma's van hun militaire opleiding op te nemen en de bestudering ervan door de burgerbevolking te stimuleren, zodat de strijdkrachten en de burgerbevolking van deze akte op de hoogte kunnen zijn.

Art. 8. Ondertekening

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Partijen bij de Verdragen van Genève vanaf de datum van de aanneming ervan en blijft open gedurende een periode van twaalf maanden.

Art. 9. Bekrachtiging

Dit Protocol dient zo spoedig mogelijk te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging dienen te worden nedergelegd bij de Zwitserse Bondsraad, die depositaris van de Verdragen van Genève en van de Aanvullende Protocollen van 1977 is.

Art. 10. Toetreding

Dit Protocol staat open voor toetreding door iedere Partij bij de Verdragen van Genève, die het niet heeft ondertekend. De akten van toetreding dienen te worden nedergelegd bij de depositaris.

 Art. 11. Inwerkingtreding

  1. Dt Protocol treedt in werking zes maanden nadat twee akten van bekrachtiging of toetreding zijn nedergelegd.
  2. Ten aanzien van iedere Partij bij de Verdragen van Genève die dit Protocol daarna bekrachtigt of ertoe toetreedt, treedt het in werking zes maanden nadat die Partij haar akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd. 

Art. 12. Verdragsbetrekkingen na de inwerkingtreding van dit Protocol

  1. Indien de Partijen bij de Verdragen van Genève tevens Partij zijn bij dit Protocol, zijn de Verdragen van toepassing als aangevuld door dit Protocol.
  2. Wanneer een van de partijen bij het conflict niet door dit Protocol is gebonden, blijven de Partijen bij dit Protocol daardoor in hun onderlinge betrekkingen gebonden. Zij zijn bovendien door dit Protocol gebonden met betrekking tot ieder van de partijen die daardoor niet is gebonden, indien de laatstbedoelde partij de bepalingen daarvan aanvaardt en toepast.

Art. 13. Wijziging

  1. Iedere Hoge Verdragsluitende Partij kan voorstellen doen tot wijziging van dit Protocol. De tekst van elk wijzigingsvoorstel wordt ter kennis gebracht van de depositaris, die na raadpleging van alle Hoge Verdragsluitende Partijen en het Internationale Comité van het Rode Kruis en de Internationale Federatie van Rode Kruis- en Rode Halvemaanverenigingen beslist of een conferentie ter bestudering van het wijzigingsvoorstel bijeen moet worden geroepen.
  2. De depositaris nodigt alle Hoge Verdragsluitende Partijen voor die conferentie uit, evenals de Partijen bij de Verdragen van Genève, ongeacht of deze ondertekenaar zijn van dit Protocol of niet.

Art. 14. Opzegging

  1. Indien een Hoge Verdragsluitende Partij dit Protocol mocht opzeggen, wordt de opzegging eerst van kracht een jaar na de ontvangst van de akte van opzegging. Indien aan het einde van dat jaar de Partij die opzegt, is verwikkeld in een gewapend conflict of bezetting, wordt de opzegging niet van kracht voor het einde van het gewapende conflict of de bezetting.
  2. De opzegging wordt schriftelijk ter kennis van de depositaris gebracht, die haar aan alle Hoge Verdragsluitende Partijen toezendt.
  3. De opzegging heeft alleen gevolg ten aanzien van de Partij die opzegt.
  4. Geen enkele opzegging krachtens het eerste lid tast, met betrekking tot welke handeling ook die is verricht voordat de opzegging van kracht wordt, de verplichtingen aan die ten gevolge van het gewapende conflict of de bezetting krachtens dit Protocol reeds op de Partij die opzegt, rusten.

Art. 15. Kennisgevingen

De depositaris stelt de Hoge Verdragsluitende Partijen, evenals de Partijen bij de Verdragen van Genève, ongeacht of deze ondertekenaar zijn van dit Protocol of niet, in kennis van:

  1. ondertekeningen van dit Protocol en de nederlegging van akten van bekrachtiging en van toetreding krachtens de artikelen 8, 9 en 10;
  2. de datum van de inwerkingtreding van dit Protocol krachtens artikel 11 binnen 10 dagen na de genoemde inwerkingtreding;
  3. kennisgevingen ontvangen op grond van artikel 13
  4. opzeggingen krachtens artikel 14.

Art. 16. Registratie

  1. Dit Protocol wordt na zijn inwerkingtreding door de depositaris aan het Secretariaat van de Verenigde Naties toegezonden ter registratie en publicatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties.
  2. De depositaris stelt het Secretariaat van de Verenigde Naties tevens in kennis van alle bekrachtigingen, toetredingen en opzeggingen die met betrekking tot dit Protocol worden ontvangen.

Art. 17. Authentieke teksten

Het origineel van dit Protocol, waarvan de Arabische, Chinese, Engelse, Franse, Russische en Spaanse teksten gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de depositaris, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan aan alle Partijen bij de Verdragen van Genève toezendt.