Verdrag (VIII) nopens het stellen van zelfwerkende onderzeese contactmijnen

Detail

  • Plaats: Den Haag
  • Aangenomen: 18-10-1907
  • Inwerkingtreding: 26-01-1910

In België

  • Ratificatie: 06-08-1910
  • Inwerkingtreding: 07-10-1910
  • Ondertekening: 18-10-1907
  • Publicatie: 06-11-1910
  • Geen voorbehoud of verklaring

Mijnen worden sinds het midden van de 19de eeuw ingezet in oorlogen. Hun gebruik op grote schaal in de Russisch-Japanse oorlog van 1904-1905 maakte een internationale regelgeving wenselijk om zowel de neutrale handel als het principe van de immuniteit van vijandelijke koopvaardijschepen tegen aanvallen zonder verwittiging te vrijwaren. Dit verdrag kwam tijdens de Tweede Haagse Vredesconferentie tot stand op basis van de voorbereidende werken van het Instituut voor Internationaal Recht en de ‘International Law Association’. De Mogendheden slaagden er niet in een akkoord over de volledige lijn te bereiken. Het resultaat van de besprekingen was een compromis. De artikels 1 en 5 bevatten duidelijke en ondubbelzinnige regels. Artikel 2, dat het leggen van contactmijnen verbiedt voor de kust of haven van de vijand met als enig doel de commerciële koopvaardij te onderscheppen, heeft een beperkte waarde.

De verdragstekst

(aanduiding van de verdragsluitende Mogendheden)

Geleid door het beginsel van de vrijheid van de zeewegen, open voor alle volkeren;

Overwegend dat, indien men bij de huidige staat van zaken het gebruik van zelfwerkende onderzeese contactmijnen niet kan verbieden, het van belang is het gebruik daarvan te beperken en te regelen om de rampen van de oorlog te verzachten en, zoveel als mogelijk, aan de vreedzame scheepvaart de zekerheid te geven waarop zij recht heeft aanspraak te maken, niettegenstaande het bestaan van een oorlog;

In afwachting dat het mogelijk zij deze aangelegenheid te regelen op een wijze die aan de betrokken belangen de wenselijke waarborgen schenkt;

Hebben besloten met dat doel een verdrag te sluiten en hebben tot hun Gevolmachtigden benoemd, te weten:

(aanduiding van de Gevolmachtigden)

Die, na hun volmachten te hebben neergelegd, welke in goede en behoorlijke vorm zijn bevonden, omtrent het volgende zijn overeengekomen:

Artikel 1 - Niet verankerde contactmijnen

Het is verboden:

  1. Niet verankerde zelfwerkende contactmijnen te plaatsen, tenzij ze zodanig vervaardigd zijn dat ze onschadelijk worden uiterlijk een uur nadat hij die ze geplaatst heeft, er het toezicht op verloren heeft;
  2. Verankerde zelfwerkende contactmijnen te plaatsen die niet onschadelijk worden zodra ze losgeraakt zijn;
  3. Torpedo’s te gebruiken die niet onschadelijk worden wanneer ze hun doel hebben gemist.

Artikel 2 - Gebruik voor kusten en havens

Het is verboden zelfwerkende contactmijnen te plaatsen voor de kusten of havens van de tegenstander met het uitsluitend doel de koopvaardij te onderscheppen.

Artikel 3 - Veiligheid vreedzame scheepvaart

Bij gebruik van verankerde zelfwerkende contactmijnen moeten alle mogelijke voorzorgsmaatregelen genomen worden voor de veiligheid van de vreedzame scheepvaart.

De oorlogvoerenden verbinden zich om, voorzover zulk mogelijk is, er in te voorzien dat de mijnen na bepaalde tijd ongevaarlijk worden en om, in geval zij niet langer worden bewaakt, de gevaarlijke streken, zodra de eisen van de krijg het toelaten, aan te wijzen door een kennisgeving aan de zeevarenden, welke tevens langs diplomatieke weg aan de Regeringen moet worden meegedeeld.

Artikel 4 - Gebruik door neutrale mogendheden

Iedere onzijdige Mogendheid, die zelfwerkende contactmijnen voor haar kusten plaatst, moet dezelfde regels in acht nemen en dezelfde voorzorgsmaatregelen nemen als aan de oorlogvoerenden zijn voorgeschreven.

De onzijdige Mogendheid moet, door een voorafgaande kennisgeving aan de zeevarenden de streken doen kennen, waar zelfwerkende contactmijnen zullen worden verankerd. Deze kennisgeving moet onverwijld langs diplomatieke weg aan de Regeringen worden meegedeeld.

Artikel 5 - Ruiming

De verdragsluitende Mogendheden verbinden zich om, bij het einde van de oorlog, alles te doen wat in haar macht is om, ieder voor zich, de mijnen op te ruimen die zij geplaatst hebben.

Van verankerde zelfwerkende contactmijnen, door een van de oorlogvoerenden langs de kusten van de anderen geplaatst, wordt de plaats aan de andere partij kenbaar gemaakt door de Mogendheid die ze geplaatst heeft, en iedere Mogendheid moet in de kortst mogelijke tijd de mijnen opruimen die zich in haar wateren bevinden.

Artikel 6 - Aanpassing en verbetering mijnen

De verdragsluitende Mogendheden die nog niet beschikken over zodanig verbeterde mijnen als in dit Verdrag zijn voorzien en die zich bijgevolg op dit ogenblik niet kunnen gedragen naar de regels, in artikelen 1 en 3 vastgesteld, verbinden zich om zodra mogelijk haar mijnenmateriaal te veranderen, opdat het aan bovenvermelde voorschriften zou beantwoorden.

Artikel 7 - Toepassingsgebied

De bepalingen van dit Verdrag zijn slechts toepasselijk tussen de Verdragsluitende Mogendheden en alleen indien de oorlogvoerenden allen partijen zijn bij het Verdrag.

Artikel 8 - Bekrachtiging

Dit Verdrag zal zo spoedig mogelijk worden bekrachtigd.

De akten van bekrachtiging zullen in Den Haag worden neergelegd.

De eerste neerlegging van akten van bekrachtiging zal vastgesteld worden door een proces-verbaal, getekend door de vertegenwoordigers van de Mogendheden die er aan deelnemen en door de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken.

De latere neerlegging van akten van bekrachtiging zullen plaats hebben door middel van een geschreven kennisgeving gericht aan de Nederlandse Regering en vergezeld van de oorkonde van bekrachtiging.

Een gewaarmerkt afschrift van het proces-verbaal van de eerste neerlegging van akten van bekrachtiging, van de in het voorgaande lid vermelde kennisgevingen, alsmede van de oorkonden van bekrachtiging, zal door de zorgen van de Nederlandse Regering en langs diplomatieke weg onmiddellijk worden overgemaakt aan de Mogendheden, uitgenodigd tot de Tweede Vredesconferentie, alsmede aan de andere Mogendheden die tot het Verdrag zullen zijn toegetreden. In de gevallen in het voorgaande lid bedoeld, zal genoemde Regering haar tegelijkertijd de datum doen kennen waarop zij de kennisgeving ontvangen heeft.

Artikel 9 - Toetreding

De niet ondertekenende Mogendheden zijn bevoegd tot dit Verdrag toe te treden.

De Mogendheid die wenst toe te treden geeft van haar bedoeling schriftelijk kennis aan de Nederlandse Regering, onder overmaking van de akte van toetreding, die in de archieven van genoemde Regering wordt neergelegd.

Deze Regering doet onmiddellijk aan alle andere Mogendheden een gewaarmerkt afschrift toekomen van de kennisgeving, alsmede van de akte van toetreding, met aangifte van de datum waarop zij de kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 10 - Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking voor de Mogendheden die aan de eerste neerlegging van akten van bekrachtiging hebben deelgenomen, zestig dagen na de dagtekening van het proces-verbaal van neerlegging en voor de Mogendheden, die later de akten van bekrachtiging neerleggen of toetreden, zestig dagen nadat de kennisgeving van de neerlegging van haar akten van bekrachtiging of van haar toetreding door de Nederlandse Regering is ontvangen.

Artikel 11 - Opzegging

Dit Verdrag heeft een duur van zeven jaar, te rekenen van de zestigste dag na de datum van de eerste neerlegging van akten van bekrachtiging.

Behoudens opzegging blijft het van kracht na afloop van die termijn.

De opzegging wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de Nederlandse Regering, die onmiddellijk een gewaarmerkt afschift doet geworden aan al de andere Mogendheden en haar daarbij de datum van ontvangst doet kennen.

De opzegging heeft slechts gevolg ten opzichte van de Mogendheid die er kennis van heeft gegeven en zes maanden nadat de kennisgeving ervan de Nederlandse Regering heeft bereikt.

Artikel 12 - Herziening

De verdragsluitende Mogendheden verbinden zich het vraagstuk van het gebruik van de zelfwerkende contactmijnen zes maanden voor de afloop van de in het eerste lid van het voorgaande artikel voorziene termijn weer op te vatten, in geval het niet op een vroeger tijdstip weer opgevat en opgelost is door de derde Vredesconferentie.
Indien de verdragsluitende Mogendheden een nieuw Verdrag betreffende het gebruik van mijnen sluiten, is met het van kracht worden daarvan dit Verdrag niet meer toepasselijk.

Artikel 13 - Registratie

Een register, gehouden door het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, wijst de datum aan van neerlegging van de akten van bekrachtiging, geschied ingevolge artikel 8, lid 3 en 4, alsmede de datum waarop de kennisgeving van toetreding (artikel 9, lid 2) of van opzegging (artikel 11, lid 3) zijn ontvangen.

Iedere verdragsluitende Mogendheid is bevoegd kennis te nemen van dit register en er gewaarmerkte uittreksels uit te vragen.

Ten blijke waarvan de Gevolmachtigden dit Verdrag van hun ondertekening hebben voorzien.

Gedaan te Den Haag, op 18 oktober 1907, in enkelvoudig exemplaar, dat neergelegd blijft in de archieven van de Nederlandse Regering en waarvan gewaarmerkte afschriften langs diplomatieke weg worden overgemaakt aan de Mogendheden die tot de Tweede Vredesconferentie zijn uitgenodigd geworden.