Eerste hulp bij een beroerte

Een andere term voor ‘beroerte’ is CVA (cerebrovasculair accident). Het is een verzamelnaam voor verschillende aandoeningen, waarbij telkens een gedeelte van de hersenen onvoldoende bloed en dus te weinig zuurstof krijgt. Daardoor sterft een deel van de hersenen af.

Wat stel je vast?

Symptomen van een beroerte treden plots op en zijn afhankelijk van de plaats en de grootte van het deel van de hersenen dat wordt getroffen. De volgende symptomen komen dus niet steeds allemaal voor:

  • Het slachtoffer vertoont bewustzijnsstoornissen: bewusteloosheid, slaperigheid, verwardheid, afwezigheid, opwinding of onrust. Hij spreekt bijvoorbeeld trager of onsamenhangend.
  • Hij kan zich duizelig voelen en onzeker stappen.
  • Hij kan braakneigingen hebben.
  • Er treden mogelijk gevoelsstoornissen, spierzwakte of verlammingen op in één ledemaat, of aan één kant van het gezicht of van het lichaam. Dat symptoom is kenmerkend voor een beroerte. Het slachtoffer heeft geen of een raar gevoel aan één kant van zijn lichaam.
  • Soms heeft het slachtoffer hoofdpijn.
  • Sommige slachtoffers kunnen minder goed zien (bijvoorbeeld maar met één oog) of horen.
  • Het slachtoffer trekt vaak een scheve mond.
  • Hij kan moeite hebben met spreken of slikken.

Dit doe je!

1

STAP 1: Zorg voor veiligheid

  • Als je het slachtoffer moet verplaatsen, ondersteun hem dan aan de verlamde zijde.
2

STAP 2: Beoordeel de toestand van het slachtoffer

  • Ga na wat er mis is.
  • Controleer het bewustzijn. Open de luchtweg en controleer de ademhaling van het slachtoffer indien nodig.
  • Voer de FAST-test uit. Die kan je vermoeden van een beroerte bevestigen.

De FAST-test uitvoeren


Als het slachtoffer één of meerdere van de opdrachten (Face, Arm of Speech) niet goed kan uitvoeren, kan je een beroerte vermoeden. Let op de tijd (Time) en handel snel: alarmeer de Noodcentrale 112.

1.      Face (gezicht): vraag het slachtoffer om te lachen of om zijn tanden te laten zien. Controleer of de mond van het slachtoffer scheeftrekt als hij de opdracht uitvoert en of er een mondhoek naar beneden hangt.

1.      Arm: vraag aan het slachtoffer om beide armen tegelijkertijd horizontaal voor zich uit te strekken en vraag daarna de handpalmen naar boven te draaien. Observeer goed of een arm wegzakt of rondzwalkt. 

2.      Speech (spraak): vraag aan het slachtoffer of aan omstanders die het slachtoffer kennen of er veranderingen zijn in het spreken (onduidelijker of niet op woorden kunnen komen). 

3.      Time (tijd): probeer te weten te komen hoe lang de klachten al duren (wanneer de klachten bij het slachtoffer zijn begonnen of wanneer hij voor het laatst normaal gezien is).

              

3

STAP 3: Raadpleeg gespecialiseerde hulp

  • Alarmeer de Noodcentrale 112.
4

STAP 4: Verleen verdere eerste hulp

  • Laat het slachtoffer rusten en geen inspanningen meer verrichten. Zorg dat hij zo rustig mogelijk blijft.
  • Help het slachtoffer om een comfortabele houding aan te nemen.

- Als het slachtoffer scheef zit, ondersteun hem zodat hij niet kan vallen.

  • Geef het slachtoffer geen eten of drinken. De kans bestaat dat hij zich verslikt.
  • Blijf rustig tegen het slachtoffer praten. Geef hem voldoende tijd om te antwoorden.
  • Als het slachtoffer bewusteloos wordt, leg hem dan in stabiele zijligging. Controleer elke minuut het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.
  • Was of ontsmet je handen nadat je eerste hulp verleend hebt.

Hoe sneller een slachtoffer door gespecialiseerde hulp wordt behandeld, hoe kleiner de kans op blijvende hersenschade en hoe groter de kans op herstel.