Eerste hulp bij een wervelletsel

Een wervelletsel omvat alle letsels van de wervelkolom en omliggende structuren. Het kan gaan om  een breuk en/of ontwrichting van één of meerdere wervels. Ook ligamenten tussen de wervels kunnen beschadigd raken. Zo’n letsel vormt een verstoring van de samenhang en stevigheid van de wervelkolom. Het letsel kan zowel in de hals als ter hoogte van de rug en het bekken optreden. Er is gevaar voor beschadiging van het ruggenmerg en/of de zenuwen, omdat het ruggenmerg in de wervelkolom loopt.

Denk aan een mogelijk wervelletsel bij:

  • verkeersongevallen;
  • val van een hoogte is gevallen;
  • duikongevallen bij het duiken in ondiep water het hoofd tegen de bodem heeft gestoten;
  • ernstige hoofdwonden;
  • verwondingen aan het hoofd, aan de nek, de hals en boven het sleutelbeen;
  • pijn in de hals, in de nek, de rug of achteraan het bekken;
  • een verminderd bewustzijn of bewusteloosheid na een ongeval;
  • ongevallen waarbij er een voor- of achterwaartse beweging van de nek of romp gebeurde (zoals een kop-staartbotsing);
  • uitval- of gevoelsstoornissen in de ledematen;
  • val van een slachtoffer met een onderliggende botaandoening of een ouder slachtoffer.

Wat stel je vast?

  • Het slachtoffer kan gevoelsstoornissen en verlammingsverschijnselen vertonen. Soms heeft hij een verminderd of tintelend gevoel in de ledematen of rond de aars. Dat kan gepaard gaan met ongewild verlies van urine of ontlasting.
  • Hij kan pijn hebben in de nek, de hals, de rug of achteraan het bekken, zowel spontaan als bij bewegingen.
  • Het slachtoffer kan tekenen vertonen van een hoofdletsel;
  • Ook wanneer het slachtoffer geen klachten heeft, kan er een wervelletsel aanwezig zijn.

Dit doe je!

1

STAP 1: Zorg voor veiligheid

  • Verplaats het slachtoffer niet als je een wervelletsel vermoedt.
  • Was of ontsmet je handen en trek wegwerphandschoenen aan. 
2

STAP 2: Beoordeel de toestand van het slachtoffer

  • Ga na wat er mis is.
  • Controleer het bewustzijn.
  • Open de luchtweg en controleer de ademhaling indien nodig, maar kantel het hoofd niet achterover.
3

STAP 3: Raadpleeg gespecialiseerde hulp

  • Alarmeer de Noodcentrale 112.
4

STAP 4: Verleen verdere eerste hulp

  • Het slachtoffer bij bewustzijn en ademt hij normaal?
JA NEE
  • Kalmeer het slachtoffer en overtuig hem om niet te bewegen tot de hulpdiensten er zijn.
  • Vraag een slachtoffer dat  adequaat reageert op instructies, om zelf zijn hoofd en nek onbeweeglijk te houden.
  • Indien dat moeilijk gaat, kan je bij een slachtoffer dat op zijn rug ligt, het hoofd en de nek immobiliseren. Doe dat enkel als hij wil meewerken. 

  • Laat het slachtoffer op zijn rug liggen.
  • Alleen als het slachtoffer  moeite heeft met ademen, duw je de kaak omhoog zonder het hoofd achterover te kantelen. Zo houd je de luchtweg vrij.

  • Als het slachtoffer op zijn zijde ligt, laat je hem zo liggen.
  • Controleer elke minuut het bewustzijn en de ademhaling van het slachtoffer.
  • Blijf het slachtoffer observeren tot de hulpdiensten er zijn.
  • Als het slachtoffer bewusteloos is en niet meer normaal ademt, start je de reanimatie.
  • Trek je wegwerphandschoenen uit en was of ontsmet je handen nadat je eerste hulp verleend hebt.