Culturele goederen

In maart 2001 reageerde de internationale gemeenschap geschokt op de vernietiging van de eeuwenoude Boeddhabeelden van Bamiyan. De vernietiging werd niet enkel gezien als een verlies voor Afghanistan, maar voor het culturele erfgoed van de mensheid. Het culturele erfgoed weerspiegelt immers de eigenheid en ontstaansgeschiedenis van een gemeenschap. Het bewaren van het culturele erfgoed helpt gebroken gemeenschappen hun identiteit terug te vinden. Het vormt hun band met het verleden, heden en toekomst. Daarom wordt er ook in oorlogstijd een bijzondere bescherming toegekend aan het culturele erfgoed.

Cultureel patrimonium van een volk

Culturele goederen kunnen zowel roerende als onroerende goederen zijn die van groot belang geacht worden voor het cultureel patrimonium van een volk. Meestal genieten deze goederen al in vredestijd van een speciaal statuut en bescherming. Zowel archeologische sites, monumenten, kunstwerken, boeken, alsook gebouwen waar culturele goederen een onderkomen vinden, zoals musea en bibliotheken, komen als cultureel goed in aanmerking.

Historiek

  • Al in 1899 en 1907 erkenden de Verdragen van Den Haag dat ‘gebouwen gewijd aan kunst en wetenschap’ in oorlogstijd bescherming verdienen en moeten worden ontzien tijdens de vijandelijkheden.
  • In de jaren dertig van de vorige eeuw werden voor het eerst pogingen ondernomen om tot een verdrag te komen dat uitsluitend de bescherming van culturele goederen tot doel had. De Tweede Wereldoorlog verhinderde echter dat de onderhandelingen daadwerkelijk tot resultaat leidden.
  • Pas in 1954 kwam het Cultuurgoederenverdrag tot stand ter bescherming van cultuurgoederen in oorlogstijd. Gelijktijdig werd een Protocol ondertekend met het oog op het voorkomen van de uitvoer van culturele goederen uit bezet gebied en de teruggave van illegaal geëxporteerde goederen.
  • In 1999 werd nog een tweede Protocol ondertekend om de doeltreffendheid van het Cultuurgoederenverdrag te verbeteren.
    Naast deze instrumenten bevatten ook de Aanvullende Protocollen bij de Verdragen van Genève een aantal bepalingen ter bescherming van culturele goederen.

Blauw Schild

De partijen bij het conflict moeten alle nodige voorzorgen nemen om vernieling en schade aan beschermde gebouwen te voorkomen. Om hun bescherming kenbaar te maken kunnen culturele goederen worden aangeduid met een speciaal daartoe ontworpen kenteken, namelijk het Blauwe Schild. Culturele goederen worden beschouwd als burgerobjecten met een speciale bescherming. Zij mogen in oorlogstijd dan ook niet aangewend worden voor militairen doelen.

Slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden verliest een beschermd gebouw zijn beschermde status. Elke staat moet in zijn nationaal strafrecht voorzien in sancties die schendingen van deze beschermingsregels beteugelen.

België

België werd in 1960 partij bij het Cultuurgoederenverdrag en het Protocol van 1954. Het tweede Protocol van 1999 werd door België geratificeerd op 13 oktober 2010 en is op 13 januari 2011 in werking getreden.

Relevante bepalingen

ICC Statuut art.8(2)(b)(ix); AP I art.53(a) en (c), art. 85(4)(d); AP II art.16; HR IV art.27 (1) en art.56; CCP 1945 art.4(1); CCP 1999 OP art.15

Verdrag inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict.